De Franse oproep voor een snellere exit van de NAVO uit Afghanistan weerspiegelt volgens de San Francisco Chronicle de diepte van de oorlogsmoeheid in het Westen en doet de angst ontstaan dat ook andere landen van de coalitie zullen toegeven aan toenemende politieke druk en hun troepen eerder naar huis brengen. Het betekent niet alleen het effektieve einde van Franse gevechtsrol in Afghanistan maar verbreekt ook de solidariteit binnen de NAVO.
De Franse president Sarkozy maakte na afloop van het bezoek van zijn Afghaanse kollega Karzai in Parijs bekend dat Frankrijk zijn gevechtstroepen eind 2013 terug zal trekken, een jaar eerder dan tot nu toe gepland. Dit nadat Afghaanse soldaten de afgelopen maand tijdens twee incidenten vijf Franse militairen hadden gedood en een groot aantal verwond. Sarkozy wil ook de NAVO als geheel vragen de Afghaanse oorlog in 2013 af te handelen.
Volgens de vroegere nationale veiligheidadviseur van de VS Brzezinski is het Franse besluit “een klap in het gezicht” van de Amerikaanse regering, nadat de NAVO in 2010 tijdens de top van Lissabon had afgesproken om tot en met 2014 in Afghanistan te blijven.
Functionarissen en stamoudsten in Kapisa, de provincie waar het laatste incident plaatsvond, zeiden dat de Fransen de laatste tijd al voor een puur defensieve opstelling hadden gekozen, waarbij ze voornamelijk voor hun eigen veiligheid zorgden en weinig invloed meer hadden op gevaarlijker delen van de provincie zoals de Tagba-vallei. De formele overdracht van de provincie aan de Afghaanse autoriteiten zal nu in maart plaatsvinden in plaats van later dit jaar. Kapisa is een belangrijk opmarsgebied van het verzet naar Kaboel, dat 80 kilometer verder ligt.
Volgens Nicolas Whitney, een voormalig direkteur van het Europese defensieagentschap, is de publieke steun voor de interventie in Afghanistan snel afgebrokkeld nadat de coalitie besloten had in 2014 een punt te zetten achter de gevechtsoperaties. “Het wordt steeds moeilijker om nieuwe slachtoffers te rechtvaardigen, nu duidelijk is dat deze levens verspild zijn”, aldus Whitney. “De meeste West-Europese politici realiseren zich dat we vanuit een pure kostenbaten analyse morgen uit Afghanistan zouden moeten vertrekken.” Men blijft nog uitsluitend uit solidariteit met de bondgenoten.
Echec en dood in Afghanistan (22/1/2012)
De klap van de dood van vier Franse soldaten in de oostelijke provincie Kapisa door toedoen van een Afghaanse militair zindert na. Minstens 15 andere militairen zijn gewond, waaronder acht zwaargewonden. Het Franse leger heeft de trainingsaktiviteiten onmiddellijk gestopt en president Sarkozy bracht de mogelijkheid van een vervroegde terugtrekking van de Franse troepen uit Afghanistan ter sprake. Het Franse dagblad Libération konstateert onder de kop ‘Afghanistan, echec en dood’ dat het Franse leger de operaties in de betreffende zone al aanmerkelijk had beperkt en dat na een eerdere zelfmoordaanslag de soldaten met uitzondering van de speciale troepen hun bases nog maar zelden verlieten. Het Franse leger had tevergeefs geprobeerd harten en zielen van de plaatselijke bevolking voor zich te winnen. De bewoners bleven ontevreden over aard en kwaliteit van de ter hand genomen ontwikkelingsprojekten. De mislukking is des te verontrustender omdat de regio dient als uitvalsbasis om aanslagen in het minder dan 100 kilometer verwijderde Kaboel te organiseren.
De New York Times diept het thema van de aanvallen door Afghaanse troepen op de militaire partners en trainers van de coalitie uit via gesprekken met Afghaanse en Amerikaanse officieren en een uitgelekt rapport dat vorig jaar al op het internet is verschenen. De motieven lijken te liggen in een diep gewortelde antipathie tussen de veronderstelde bondgenoten. Hoewel de Taliban de gezamenlijke tegenstander vormt, verachten Afghaanse en buitenlandse militairen en burgers elkaar. Dit roept de vraag op wat de VS een hun bondgenoten in de toekomst in Afghanistan nog kunnen uitrichten. Volgens een kolonel van het Afghaanse leger neemt de onderlinge haat snel toe. Hij beschreef zijn eigen troepen als “dieven, leugenaars en drugsverslaafden,” en zei vervolgens dat de Amerikanen “ruwe arrogante bullebakken zijn die vloeken en tieren.”
De New York Times diept het thema van de aanvallen door Afghaanse troepen op de militaire partners en trainers van de coalitie uit via gesprekken met Afghaanse en Amerikaanse officieren en een uitgelekt rapport dat vorig jaar al op het internet is verschenen. De motieven lijken te liggen in een diep gewortelde antipathie tussen de veronderstelde bondgenoten. Hoewel de Taliban de gezamenlijke tegenstander vormt, verachten Afghaanse en buitenlandse militairen en burgers elkaar. Dit roept de vraag op wat de VS een hun bondgenoten in de toekomst in Afghanistan nog kunnen uitrichten. Volgens een kolonel van het Afghaanse leger neemt de onderlinge haat snel toe. Hij beschreef zijn eigen troepen als “dieven, leugenaars en drugsverslaafden,” en zei vervolgens dat de Amerikanen “ruwe arrogante bullebakken zijn die vloeken en tieren.”
500 Duitse soldaten verplaatst naar Mazar-i-Sharif (18/1/2012)
Het regiment jagers uit Schwarzenborn is vanaf begin dit jaar bezig de taak van het opleidings- en wachtbataljon in Mazar-i-sharif over te nemen. Een voorhoede is al ter plekke en vanaf komend zondag zullen grotere kontingenten op transport gaan naar Afghanistan. Tot augustus zal het zwaartepunt van de inzet in de provincie Baglan liggen, ten zuiden van Kunduz. Volgens de plaatsvervangend regimentscommandant overste Gessner is de situatie aldaar blijvend zeer gevaarlijk. “Het wemelt daar van de Taliban en kriminelen.” Vanwege de krachtsverhoudingen opereren die wel meestal vanuit dekking. “We moeten in toenemende mate rekening houden met aanslagen met explosieven en zelfmoordaanslagen”.
Coalitie maakt niet langer details bekend over troepen die gedood worden door Afghanen (17/1/2012)
De militaire commandanten in Afghanistan zijn volgens De Amerikaanse krant USA Today opgehouden met het bekendmaken van de aantallen geallieerde troepen die worden gedood door Afghaanse soldaten en politie. Daaraan valt de betrouwbaarheid af te lezen van de Afghaanse strijdmacht die de zorg voor de veiligheid moet overnemen van de Amerikanen en hun bondgenoten. De wijziging van het publiciteitsbeleid komt nadat afgelopen maand minstens drie geallieerde militairen zijn gedood door de Afghaanse troepen die ze opleidden. Het afgelopen jaar is het meest dodelijke jaar tot nu toe geweest voor NAVO-instructeurs door toedoen van hun eigen leerlingen. Volgens gegevens uit de tijd voor de voorlichtingspolitiek werd gewijzigd waren sinds 2005 meer dan 50 NAVO-militairen gedood en 48 gewond door Afghaanse soldaten. De nieuwe politiek komt erop neer dat de afzonderlijke NAVO-landen zelf moeten bepalen in hoeverre ze deze gegevens bekend maken.
Bezoek fractievoorzitters sorteert wel voor op uitbreiding Kunduzmissie (14/01/12)
Precies een jaar nadat de plannen voor de militaire missie in Kunduz werd gepresenteerd wordt alweer over een uitbreiding van die missie gesproken. Er zijn teveel Nederlandse trainers voor het aantal Afghaanse politiemensen die volgens de Kamer getraind mogen worden en dus moet er gekeken worden naar andere te trainen groepen, zoals de grenspolitie of politiecorpsen uit andere provincies. De fractievoorzitters in de Tweede Kamer hebben dus wat uitleggen naar hun achterbannen waarbinnen deze missie niet populair is en dan helpt zo’n vierdaags bezoek aan “onze jongens en meisjes” in Afghanistan natuurlijk wel. Het is altijd een goed argument om te zeggen dat je er zelf geweest bent en dat je met eigen ogen hebt gezien dat …
Tsja, wat hebben ze eigenlijk gezien? ”Het enthousiasme van de Afghaanse deelnemers aan de trainingen werkt aanstekelijk,” aldus Jolande Sap. Maar ja, die rekruten zullen ongetwijfeld vooraf gehoord hebben dat die ene mevrouw en die paar meneren de komende tijd zullen besluiten of hun salarissen doorbetaald zullen gaan worden en dan doe je vanzelf wel wat enthousiaster. Alexander Pechtold meldde opgetogen dat hij na dertig jaar puinhoop echt verbetering zag: “Nu zie je in Kunduz op de hoek van de straat iemand in een uniform staan. Het lijkt Nederland wel.” Ik weet niet waar hij in Nederland op de hoek van de straat iemand in uniform ziet staan, maar weet wel dat we landen waar dat wel het geval is nu niet echt als lichtend voorbeeld op weg naar vrijheid en democratie beschouwen. Dan is Job Cohen eerlijker: "We hebben niet kunnen zien wat de politie in de stad doet. Dat kon niet, helaas. Maar ik geloof dat iedereen zijn best heeft gedaan om ons een goed beeld te geven." Een positief beeld, welteverstaan.
Bij dit bezoek zijn de fractievoorzitters echt niet naar Kunduz overgevlogen om een indruk te krijgen van wat er daadwerkelijk gaande is. Om met eigen ogen te controleren of de informatie van de regering wel klopt. Dan hadden sowieso de fractiespecialisten beter kunnen gaan. Nee, het gaat erom dat deze politiek leiders straks in staat zijn om de uitbreiding van de missie aan hun achterban te verkopen en om daartoe argumenten te verzamelen.
Politie ondermijnt strijd tegen de Taliban (11/1/2012)
De Wall Street Journal vraagt zich af aan welke kant de Afghaanse politie eigenlijk staat in de Amerikaanse oorlog tegen de Taliban. Het antwoord lijkt te zijn: aan beide kanten. Volgens kapitein Cory Brown van de militaire politie in de provincie Paktia lachen de Afghaanse agenten de Amerikanen vriendelijk toe als ze komen om hun geld en politiebureaus te schenken. Maar tegelijkertijd geeft diezelfde politie geld en eten aan de opstandelingen en laat ze zelfs meeliften in politieauto's. Sommige politiemensen worden er ook van verdacht om de hen door de VS verschafte wapens door te verkopen aan de Taliban. Een groot deel van de plaatselijke bevolking veracht de plaatselijke politie die voor een groot deel bestaat uit etnische Tadzjieken uit het noorden die de lokale taal niet spreken en uit leden van een rivaliserende stam uit een naburige provincie.
Volgens militaire functionarissen richten politiemannen ook regelmatig illegale kontroleposten in om de bevolking geld af te persen. In oktober deed zich een incident voor waarbij de politie onder vuur kwam te liggen en vervolgens een deel van de bazaar van een dorp in brand stak en mannen uit het dorp in elkaar sloeg.
Volgens militaire functionarissen richten politiemannen ook regelmatig illegale kontroleposten in om de bevolking geld af te persen. In oktober deed zich een incident voor waarbij de politie onder vuur kwam te liggen en vervolgens een deel van de bazaar van een dorp in brand stak en mannen uit het dorp in elkaar sloeg.
Machtsvertoon met zwaar geschut aan de Hindoekoesj (10/1/2012)
De Duitse pers bericht dat de Bundeswehr aan de Hindoekoesj (het hooggebergte in het noordoosten van Afghanistan) met behulp van zware artillerie een vorm van machtsvertoon uit gaat oefenen om toekomstige aanvallers al in het voorterrein af te schrikken. De legerleiding vindt dit noodzakelijk omdat het aantal aanvallen de laatste tijd weer toeneemt. Met het oog op de voortgaande terugtrekking van de Amerikanen is men bij de Bundeswehr kennelijk bang dat de opstandelingen dit als een teken van zwakte kunnen opvatten. Daarom gaat men nu proefschieten met de Pantserhouwitser 2000, zwaar geschut dat ook in gebruik is bij het Nederlandse leger (en ingezet in Uruzgan). Het Provincial Reconstruction Team Kundus beschikt over dit kanon en gaat er prat op daarmee over een afstand van 40 kilometer ISAF-troepen te kunnen ondersteunen.
Met hoofddoek en Kalashnikov (10/1/2012)
In de Volkskrant van 2 januari (betaalsite) stond een tweetal redelijk optimistisch getoonzette artikelen over de opleiding van vrouwelijke politieagenten in Afghanistan. Theo Koelé berichtte uit Kaboel over de voortgezette opleiding voor vrouwelijk kader die door EUPOL wordt verzorgd. De eerste cursus met 23 politievrouwen is in de herfst begonnen. Het is de bedoeling dat de cursisten na afloop gemakkelijker de hogere rangen kunnen bereiken. De grootste uitdaging bestaat volgens een Noorse politietrainster uit “het doorbreken van het verzet van mannelijke officieren met zeer traditionele opvattingen”. Daarnaast een interview van Nathalie Righton met een politievrouw in Kunduz die in oktober een tweeweekse cursus met Nederlandse docenten heeft doorlopen. Ze werkt nu op het hoofdbureau van Kunduz-Stad waar ze vrouwelijke bezoekers fouilleert en auto’s doorzoekt.
Ook een Duitse journalist van het Franse persbureau AFP doet verslag over de opleiding voor vrouwelijke politieagenten in Noord-Afghanistan en wel vanuit het Duitse politieopleidingscentrum in Masar-i-Scharif. Het hoofd van de school legt uit dat de achtweekse crashcursus lang genoeg is: “We willen immers geen rechercheurs opleiden, maar eerder een bewakingskorps dat gebouwen beveiligt, kontroleposten bemand en verdachten arresteert.“ Dat 70 tot 80% van de cursisten analfabeet is, is ook niet zo erg. Bij elk checkpoint is altijd een politieofficier aanwezig die kan lezen en schrijven om de persoonsbewijzen te kontroleren. Sinds de herfst loopt er in dit opleidingscentrum voor het eerst een vrouwencursus met 27 deelneemsters. De vrouwen volgen hetzelfde programma als de mannen. Een docente uit Noordrijn-Westfalen maakt duidelijk dat de leerlingen het ook goed doen bij ‘mannelijke’ vakken zoals schieten en zelfverdediging. Probleem is nog wel dat de hele uitrusting is afgestemd op mannen, zodat bijvoorbeeld de laarzen te groot zijn. Omdat de vrouwen verder hoofddoeken droegen die niet uniform waren en hinderden bij het schieten moest een kleermaker eerst een standaardset uniformhoofddoeken produceren.
De Duitse docente is sceptisch over de acceptatie van de agentes, vooral op het platteland. Maar de leerlinge toont zich vol vertrouwen: “Ik heb hier veel geleerd. Vroeger was ik al bang voor de knal van een geweer, nu kan ik met een wapen omgaan en tegen de opstandelingen vechten.”
Ook een Duitse journalist van het Franse persbureau AFP doet verslag over de opleiding voor vrouwelijke politieagenten in Noord-Afghanistan en wel vanuit het Duitse politieopleidingscentrum in Masar-i-Scharif. Het hoofd van de school legt uit dat de achtweekse crashcursus lang genoeg is: “We willen immers geen rechercheurs opleiden, maar eerder een bewakingskorps dat gebouwen beveiligt, kontroleposten bemand en verdachten arresteert.“ Dat 70 tot 80% van de cursisten analfabeet is, is ook niet zo erg. Bij elk checkpoint is altijd een politieofficier aanwezig die kan lezen en schrijven om de persoonsbewijzen te kontroleren. Sinds de herfst loopt er in dit opleidingscentrum voor het eerst een vrouwencursus met 27 deelneemsters. De vrouwen volgen hetzelfde programma als de mannen. Een docente uit Noordrijn-Westfalen maakt duidelijk dat de leerlingen het ook goed doen bij ‘mannelijke’ vakken zoals schieten en zelfverdediging. Probleem is nog wel dat de hele uitrusting is afgestemd op mannen, zodat bijvoorbeeld de laarzen te groot zijn. Omdat de vrouwen verder hoofddoeken droegen die niet uniform waren en hinderden bij het schieten moest een kleermaker eerst een standaardset uniformhoofddoeken produceren.
De Duitse docente is sceptisch over de acceptatie van de agentes, vooral op het platteland. Maar de leerlinge toont zich vol vertrouwen: “Ik heb hier veel geleerd. Vroeger was ik al bang voor de knal van een geweer, nu kan ik met een wapen omgaan en tegen de opstandelingen vechten.”
Bundeswehr in Afghanistan: “We kunnen ze alleen verplaatsen” (2/1/2012)
Interview met de commandant van de Duitse Task Force Kunduz, overste Lutz Kuhn, in Die Tageszeitung
(..)
TAZ: Welke rol spelen de zogenaamde Local Security Forces, de bewapende milities die geen deel uitmaken van politie of leger?
Kuhn: Die spelen natuurlijk een grote rol. Alleen al op basis van hun aantal vormen ze een factor in het gebied. Als u me nu vraagt of ze dezelfde kwaliteit hebben als de Afghaanse veiligheidstroepen, die al langer zijn opgeleid, dan moet ik natuurlijk zeggen: Nee, die hebben ze niet. Ze hebben vaak maar een beperkt begrip van recht en orde. Daarin moet men ze nog instrueren, dat is duidelijk. Ze vormen een veiligheidsfactor in de regio die – om het zo maar eens uit te drukken – meer toezicht nodig hebben om ze in de goede richting te sturen.
(..)
TAZ: De kracht van de ISAF-troepen vanuit de lucht is hier in Kunduz de laatste twee jaar duidelijk toegenomen – door onbemande drones, door helikopters en door VS-gevechtsvliegtuigen…
Kuhn: Dat spelt een heel grote rol. Dat is een van de sterkste punten die we hebben als ISAF. Bij elke operatie die we plannen is luchtsteun vanzelfsprekend.
TAZ: Is deze dominantie vanuit de lucht niet meer de reden van de uitbreiding van het gekontroleerde gebied dan de samenwerking met het Afghaanse leger?
Kuhn: Je kunt niet zeggen dat het één belangrijker is dan het ander. Je moet boots on the ground hebben, dus troepen die op de grond aanwezig zijn. En je moet natuurlijk ook de luchtmacht hebben die de grondtroepen kan steunen. Het geheel moet u zich voorstellen als een systeem dat samenwerkt. Maar: alleen op de grond is niet voldoende, luchtsteun is absoluut noodzakelijk.
TAZ: Uw tijd hier zit er bijna op. Welk perspektief ziet u voor de operatie?
Kuhn: Dat is erg moeilijk te zeggen. Je kunt ook altijd alleen maar over je eigen gebied spreken. Voor het kleine gebied waar ik over ga, kan ik zeggen dat de Afghaanse veiligheidstroepen samen met ISAF hun invloed steeds verder uitbreiden, dat de opstandige beweging eigenlijk op de terugtocht is. Maar dat houdt niet in dat de opstandelingen in beduidende mate zijn gereduceerd. Het kan ook zijn dat we ze alleen dit distrikt uitwerken en dat ze dan in een ander distrikt aktief worden. Dan zou ik mijn probleem hebben opgelost, maar misschien ergens anders een probleem gecreëerd hebben.
TAZ: En dan zou het ook kunnen dat ze terugkomen.
Kuhn: Ze zouden ook terug kunnen komen, geen twijfel daarover. Daarom is het zo belangrijk dat men de opstandelingen een perspektief biedt. Het belang van dit reïntegratieprogramma valt niet te onderschatten. We moeten de Taliban ook de kans geven om weer een rol te gaan spelen in de samenleving. Alleen zo kan men dit soort opstand, deze ondergrondse beweging, op den duur bestrijden. En alleen zo kan de strijd blijvend resultaat boeken.
NB De genoemde Local Security Forces zijn niet de politietroepen die Nederland opleidt (KM)
(..)
TAZ: Welke rol spelen de zogenaamde Local Security Forces, de bewapende milities die geen deel uitmaken van politie of leger?
Kuhn: Die spelen natuurlijk een grote rol. Alleen al op basis van hun aantal vormen ze een factor in het gebied. Als u me nu vraagt of ze dezelfde kwaliteit hebben als de Afghaanse veiligheidstroepen, die al langer zijn opgeleid, dan moet ik natuurlijk zeggen: Nee, die hebben ze niet. Ze hebben vaak maar een beperkt begrip van recht en orde. Daarin moet men ze nog instrueren, dat is duidelijk. Ze vormen een veiligheidsfactor in de regio die – om het zo maar eens uit te drukken – meer toezicht nodig hebben om ze in de goede richting te sturen.
(..)
TAZ: De kracht van de ISAF-troepen vanuit de lucht is hier in Kunduz de laatste twee jaar duidelijk toegenomen – door onbemande drones, door helikopters en door VS-gevechtsvliegtuigen…
Kuhn: Dat spelt een heel grote rol. Dat is een van de sterkste punten die we hebben als ISAF. Bij elke operatie die we plannen is luchtsteun vanzelfsprekend.
TAZ: Is deze dominantie vanuit de lucht niet meer de reden van de uitbreiding van het gekontroleerde gebied dan de samenwerking met het Afghaanse leger?
Kuhn: Je kunt niet zeggen dat het één belangrijker is dan het ander. Je moet boots on the ground hebben, dus troepen die op de grond aanwezig zijn. En je moet natuurlijk ook de luchtmacht hebben die de grondtroepen kan steunen. Het geheel moet u zich voorstellen als een systeem dat samenwerkt. Maar: alleen op de grond is niet voldoende, luchtsteun is absoluut noodzakelijk.
TAZ: Uw tijd hier zit er bijna op. Welk perspektief ziet u voor de operatie?
Kuhn: Dat is erg moeilijk te zeggen. Je kunt ook altijd alleen maar over je eigen gebied spreken. Voor het kleine gebied waar ik over ga, kan ik zeggen dat de Afghaanse veiligheidstroepen samen met ISAF hun invloed steeds verder uitbreiden, dat de opstandige beweging eigenlijk op de terugtocht is. Maar dat houdt niet in dat de opstandelingen in beduidende mate zijn gereduceerd. Het kan ook zijn dat we ze alleen dit distrikt uitwerken en dat ze dan in een ander distrikt aktief worden. Dan zou ik mijn probleem hebben opgelost, maar misschien ergens anders een probleem gecreëerd hebben.
TAZ: En dan zou het ook kunnen dat ze terugkomen.
Kuhn: Ze zouden ook terug kunnen komen, geen twijfel daarover. Daarom is het zo belangrijk dat men de opstandelingen een perspektief biedt. Het belang van dit reïntegratieprogramma valt niet te onderschatten. We moeten de Taliban ook de kans geven om weer een rol te gaan spelen in de samenleving. Alleen zo kan men dit soort opstand, deze ondergrondse beweging, op den duur bestrijden. En alleen zo kan de strijd blijvend resultaat boeken.
NB De genoemde Local Security Forces zijn niet de politietroepen die Nederland opleidt (KM)
Abonneren op:
Berichten (Atom)