Tijdens het debat begin dit jaar waarin tot de missie in Kunduz werd besloten, werd klare taal gebruikt over de bevoegdheden van de door Nederlandse militairen op te leiden Afghaanse agenten. Zij mogen, aldus André Rouvoet van de ChristenUnie, 'niet schouder aan schouder met het Afghaanse leger tegen de Taliban vechten' en zullen 'niet gemandateerd zijn om militaire taken uit te voeren.' Jolande Sap van GroenLinks eiste en kreeg van premier Rutte de keiharde garantie 'dat de agenten in de praktijk alleen voor civiele taken worden ingezet.' Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat agenten 'offensieve of militaire acties' uitvoeren, aldus Sap.
In de zeven maanden sinds het debat is zeer ter discussie komen te staan wat deze 'keiharde garantie' nog waard is. Halverwege februari bleek uit een artikel in de Volkskrant al dat agenten in Kunduz juist graag willen vechten en niets zien in de Nederlandse voorwaarde dat dat niet mag. 'Aan politie die alleen achter winkeldieven aangaat en door de straten patrouilleert, is weinig behoefte in Afghanistan,' aldus de agenten.
Twee maanden later citeerde dagblad Trouw de plaatsvervangend politiecommandant van Kunduz, Abdurrahman Aktash. 'De ervaring leert dat de politie in Kunduz vaker in gevecht raakt met de Taliban dan het Afghaanse leger,' liet hij de krant weten. Dat de agenten soms moeten vechten noemt Aktash 'de realiteit van vandaag.'
Begin deze week rees er nog meer twijfel. 'Afghaanse politieagenten die door Nederland in Kunduz worden opgeleid, mogen incidenteel toch vechten tegen Talibanstrijders,' schreef Afghanistancorrespondent van de Volkskrant, Natalie Righton. 'Het gaat niet louter om zelfverdedigingsacties, maar ook om gevechtshandelingen om ''de openbare orde te herstellen.''' Righton baseert zich op uitlatingen van de politiechef van Kunduz, Samiullah Qatra. Op dezelfde dag berichtte RTL Nieuws dat de politiechef van Kunduz de kans 'levensgroot' schat dat de door Nederland opgeleide agenten worden ingezet om te vechten.
RTL Nieuws-verslaggever Rik Konijnenbelt meldde verder dat Qatra een paar maanden geleden met meer dan veertig agenten naar het noorden van de provincie vertrok om te jagen op de Taliban. Bij deze geplande, militair offensieve actie is gevochten en zijn ook doden gevallen. Dit suggereert dat operaties van agenten niet per se een defensief karakter hoeven te hebben. Dat vechtende agenten in Afghanistan, ook in Kunduz, geen uitzondering zijn, blijkt uit een recent bericht over maarliefst elf acties van de Afghaanse politie, geregeld samen met het leger, die resulteerden in zes gedode opstandelingen. De acties vonden op een en dezelfde dag plaats.
Tenslotte geven naast de agenten ook de inwoners van Kunduz aan dat zij juist graag willen dat de politie meevecht tegen de Taliban en dat zij niets begrijpen van de Nederlandse voorwaarde dat ze dat niet mogen. 'In de provincie Kunduz gaan veel bommen af, zelfmoordterroristen plegen aanslagen, waarbij ook veel burgerslachtoffers vallen,' aldus Afghaanse burgers tegen de Volkskrant. 'Het is oorlog en in een oorlog moet gevochten worden.' Uit tientallen gesprekken met burgers komt één duidelijke wens naar boven: de politie moet effectiever leren vechten tegen de Taliban.
Voor wie het nieuws over de missie in Kunduz volgt verbazen deze recente berichten niet. Wat echter wel opmerkelijk is, is dat de uitlatingen van de politiechef dat Afghaanse agenten soms moeten en mogen vechten, ook al wijken die behoorlijk af van de standpunten van GroenLinks en de ChristenUnie, worden bevestigd door de commandant van de Nederlandse trainingsmissie in Kunduz, Ron Smits. Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal noemt de uitlatingen van de politiechef bovendien 'in lijn' met de afspraken die Nederland heeft gemaakt met de Afghaanse autoriteiten.
Het is moeilijk te zien hoe met name GroenLinks, de partij die al zoveel onder vuur heeft gelegen vanwege haar Kunduz-standpunt, zonder gezichtsverlies met deze definitieoprekking akkoord kan gaan.
Afghanistanoorlog duurt nog dertien jaar (26/08/11)
Hoewel het al geruime tijd bepaald geen geheim is dat de huidige officiële 'deadline' voor de NAVO-oorlog in Afghanistan een dode letter is, werd vorige week duidelijk dat de Amerikaanse deelname aan de oorlog mogelijk nog minimaal dertien jaar duurt.
De Britse krant The Daily Telegraph schrijft dat de Verenigde Staten en Afghanistan op het punt staan een deal te sluiten die Amerikaanse soldaten toestaat in het land te blijven tot 2024. De overeenkomst zou er niet alleen in voorzien dat Amerikaanse militaire trainers in Afghanistan achterblijven, maar ook special forces en een luchtmacht. De aanhangers van het Karzai-regime willen dit graag, want zij voelen aan hun water aan dat zij het zonder westerse steun niet lang volhouden tegen de opstandelingen.
De Taliban zijn op hun beurt fel gekant tegen de deal. Hun standpunt is al jaren dat vrede slechts mogelijk is als alle buitenlandse militairen het land verlaten. Een deelnemer aan Karzai's vredesraad liet The Daily Telegraph weten dat het vooruitzicht op een dergelijk akkoord de opstand van de Taliban zijns inziens heeft geïntensiveerd. De voor de hand liggende vraag is dan ook waarom de Verenigde Staten desondanks streeft naar een permanente militaire aanwezigheid in Afghanistan.
Een deze maand verschenen studie van de Amerikaanse denktank RAND biedt hier een mogelijk antwoord. De auteurs James Shinn en James Dobbins, beiden oudgedienden onder George W. Bush, suggereren dat een dergelijke deal een drukmiddel is om de Taliban aan de onderhandelingstafel te krijgen. Hun argument is dat de Verenigde Staten, nu is begonnen met de terugtrekking uit Afghanistan, anders geen stok achter de deur meer heeft. Alleen als de Taliban van mening zijn dat hun vijanden na 2014 nog altijd in Afghanistan zitten, zullen zij interesse hebben in onderhandelingen. Zonder dit vooruitzicht hoeven ze maar een paar jaar te wachten tot de NAVO-troepen weg zijn. De auteurs bevelen dan ook aan, ook al moedigen ze vredesonderhandelingen met de Taliban aan en geloven ze dat een akkoord mogelijk is, dat de Verenigde Staten zich voorbereidt om voor onbepaalde tijd te blijven.
Aangezien de Amerikanen een duidelijk geopolitiek belang hebben in het houden van militaire bases in Afghanistan, vooral vanwege de nabijheid van China, Pakistan en Iran, is zeer de vraag of bovenstaande overweging doorslaggevend is voor de beleidsmakers in Washington. Hoe het ook zij, de reactie van de Russische ambassadeur in Afghanistan op de mogelijke deal is ontnuchterend. 'Ik begrijp niet waarom zulke bases nodig zijn. Als de klus geklaard is, als het terrorisme is verslagen en vrede en stabiliteit is teruggekeerd, waarom zou je dan militaire bases nodig hebben?,' aldus de ambassadeur in de Britse krant. 'Als de klus niet geklaard is zouden duizenden troepen, zelfs special forces, niet in staat zijn de klus te klaren die 150 duizend troepen ook niet konden klaren. Het is onmogelijk.'
De Britse krant The Daily Telegraph schrijft dat de Verenigde Staten en Afghanistan op het punt staan een deal te sluiten die Amerikaanse soldaten toestaat in het land te blijven tot 2024. De overeenkomst zou er niet alleen in voorzien dat Amerikaanse militaire trainers in Afghanistan achterblijven, maar ook special forces en een luchtmacht. De aanhangers van het Karzai-regime willen dit graag, want zij voelen aan hun water aan dat zij het zonder westerse steun niet lang volhouden tegen de opstandelingen.
De Taliban zijn op hun beurt fel gekant tegen de deal. Hun standpunt is al jaren dat vrede slechts mogelijk is als alle buitenlandse militairen het land verlaten. Een deelnemer aan Karzai's vredesraad liet The Daily Telegraph weten dat het vooruitzicht op een dergelijk akkoord de opstand van de Taliban zijns inziens heeft geïntensiveerd. De voor de hand liggende vraag is dan ook waarom de Verenigde Staten desondanks streeft naar een permanente militaire aanwezigheid in Afghanistan.
Een deze maand verschenen studie van de Amerikaanse denktank RAND biedt hier een mogelijk antwoord. De auteurs James Shinn en James Dobbins, beiden oudgedienden onder George W. Bush, suggereren dat een dergelijke deal een drukmiddel is om de Taliban aan de onderhandelingstafel te krijgen. Hun argument is dat de Verenigde Staten, nu is begonnen met de terugtrekking uit Afghanistan, anders geen stok achter de deur meer heeft. Alleen als de Taliban van mening zijn dat hun vijanden na 2014 nog altijd in Afghanistan zitten, zullen zij interesse hebben in onderhandelingen. Zonder dit vooruitzicht hoeven ze maar een paar jaar te wachten tot de NAVO-troepen weg zijn. De auteurs bevelen dan ook aan, ook al moedigen ze vredesonderhandelingen met de Taliban aan en geloven ze dat een akkoord mogelijk is, dat de Verenigde Staten zich voorbereidt om voor onbepaalde tijd te blijven.
Aangezien de Amerikanen een duidelijk geopolitiek belang hebben in het houden van militaire bases in Afghanistan, vooral vanwege de nabijheid van China, Pakistan en Iran, is zeer de vraag of bovenstaande overweging doorslaggevend is voor de beleidsmakers in Washington. Hoe het ook zij, de reactie van de Russische ambassadeur in Afghanistan op de mogelijke deal is ontnuchterend. 'Ik begrijp niet waarom zulke bases nodig zijn. Als de klus geklaard is, als het terrorisme is verslagen en vrede en stabiliteit is teruggekeerd, waarom zou je dan militaire bases nodig hebben?,' aldus de ambassadeur in de Britse krant. 'Als de klus niet geklaard is zouden duizenden troepen, zelfs special forces, niet in staat zijn de klus te klaren die 150 duizend troepen ook niet konden klaren. Het is onmogelijk.'
2014 geen deadline voor de oorlog in Afghanistan (16/08/11)
Vorige maand begon de vooral symbolische overdracht van verantwoordelijkheden voor de veiligheid in Afghanistan. 2014 moet het jaar worden waarin de Afghanen volledig verantwoordelijk zullen zijn voor de eigen veiligheid, aldus de huidige westerse consensus. Deze deadline, die politiek gedreven lijkt en waar velen ernstig aan twijfelen, betekent echter allerminst dat alle westerse militairen in 2014 het land zullen hebben verlaten.
In februari dit jaar bijvoorbeeld, liet de Afghaanse president Hamid Karzai de in Kabul verzamelde pers weten dat de Amerikaanse regering achter de schermen met hem onderhandelt. De Amerikanen willen een permanente militaire aanwezigheid in Afghanistan om de Taliban en Al-Qaida aan te kunnen blijven vallen. Een paar maanden later, in juni, schreef de Britse krant de Guardian hierover dat 'minimaal vijf bases in Afghanistan waarschijnlijke kandidaten zijn om grote contingenten Amerikaanse commando's, inlichtingenmedewerkers en militaire hardware na 2014 te huisvesten.'
De Amerikaanse regering en de NAVO maken er publiekelijk bepaald geen geheim van dat 2014 geen einde betekent van de westerse militaire aanwezigheid in Afghanistan. Eveneens in juni liet de inmiddels gepensioneerde Amerikaanse minister van Defensie Bob Gates weten dat de Verenigde Staten streeft naar met de Afghanen gedeelde 'gezamenlijke bases.' Volgens Gates zijn bases die volledig in handen zijn van de Verenigde Staten een 'magneet voor moeilijkheden.' Vandaar de voorkeur voor de term gezamenlijke bases, die, aldus Gates, 'acceptabeler voor het Afghaanse volk' zijn. De Canadese commandant van de NAVO-trainingsmissie in Afghanistan William Caldwell schat in dat in 2014 zijn missie nog altijd over de helft van het aantal trainers die het momenteel in dienst heeft zal beschikken, zo'n 2500 man.
Voor een mogelijke politieke oplossing van de slepende oorlog in Afghanistan voorspelt deze westerse, vooral Amerikaanse wens om langer te blijven weinig goeds. De Taliban, de belangrijkste verzetsbeweging in Afghanistan, hebben immers herhaaldelijk aangegeven dat zij net zo lang zullen doorvechten totdat de laatste westerse militair het land verlaat.
In februari dit jaar bijvoorbeeld, liet de Afghaanse president Hamid Karzai de in Kabul verzamelde pers weten dat de Amerikaanse regering achter de schermen met hem onderhandelt. De Amerikanen willen een permanente militaire aanwezigheid in Afghanistan om de Taliban en Al-Qaida aan te kunnen blijven vallen. Een paar maanden later, in juni, schreef de Britse krant de Guardian hierover dat 'minimaal vijf bases in Afghanistan waarschijnlijke kandidaten zijn om grote contingenten Amerikaanse commando's, inlichtingenmedewerkers en militaire hardware na 2014 te huisvesten.'
De Amerikaanse regering en de NAVO maken er publiekelijk bepaald geen geheim van dat 2014 geen einde betekent van de westerse militaire aanwezigheid in Afghanistan. Eveneens in juni liet de inmiddels gepensioneerde Amerikaanse minister van Defensie Bob Gates weten dat de Verenigde Staten streeft naar met de Afghanen gedeelde 'gezamenlijke bases.' Volgens Gates zijn bases die volledig in handen zijn van de Verenigde Staten een 'magneet voor moeilijkheden.' Vandaar de voorkeur voor de term gezamenlijke bases, die, aldus Gates, 'acceptabeler voor het Afghaanse volk' zijn. De Canadese commandant van de NAVO-trainingsmissie in Afghanistan William Caldwell schat in dat in 2014 zijn missie nog altijd over de helft van het aantal trainers die het momenteel in dienst heeft zal beschikken, zo'n 2500 man.
Voor een mogelijke politieke oplossing van de slepende oorlog in Afghanistan voorspelt deze westerse, vooral Amerikaanse wens om langer te blijven weinig goeds. De Taliban, de belangrijkste verzetsbeweging in Afghanistan, hebben immers herhaaldelijk aangegeven dat zij net zo lang zullen doorvechten totdat de laatste westerse militair het land verlaat.
Amerikanen blijven opstandelingen betalen (07/08/11)
Een recente militaire studie, ingezien door de Amerikaanse krant de Washington Post, concludeert dat een deel van het Amerikaanse belastinggeld dat aan vervoerscontracten wordt besteed in Afghanistan indirect in handen van de Taliban terecht komt. Om hoeveel geld het gaat is onduidelijk, maar deskundigen schatten dat de opstandelingen zo’n 2000 dollar vragen per vrachtwagen. Dit is oud nieuws. Kunduz Monitor schreef al eerder dat een Amerikaanse militaire functionaris in Kabul in 2009 schatte dat minimaal 10 procent van alle logistieke contracten van het Amerikaanse ministerie van Defensie, honderden miljoenen dollars, hieraan opgaat.
De nieuwswaarde van het artikel in de Washington Post is dan ook niet zozeer dat de Taliban door Amerikaans belastinggeld worden betaald, maar dat, ondanks het verstrijken van de jaren, ze nog altijd op deze manier van geld worden voorzien. Ondanks ophef in de media, politieke druk en nieuwe militaire volmachten om deze praktijk tot staan te brengen blijft het simpelweg voortduren. Misschien is dat wel minder gek dan het lijkt, aldus de krant, want: 'veel militairen die toezicht houden op de vervoerscontracten waren terughoudend om deze status quo te verstoren, want zij geloofden dat het veel belangrijker was om voedsel, brandstof en kogels op tijd en ongeschonden te bezorgen voor de Amerikaanse strijdkrachten.' Een kwestie van prioriteiten dus.
De krant publiceerde bij het artikel een interessante afbeelding die goed duidelijk maakt hoe een miljoenencontract via een vervoersbedrijf, een onderaannemer (de broer van de eigenaar van het vervoersbedrijf), andere onderaannemers (waaronder krijgsheren en hun milities) en een politiecommandant (die miljoenen omzet draait) tenslotte bij de opstandelingen terecht komt in de vorm van geld, maar ook wapens en explosieven.
Het artikel staat verder bol van goede bedoelingen om nu dan echt een punt te zetten achter deze schandelijke toestand. 'It's still ugly, but it's getting better,' aldus een anonieme Amerikaanse bron. Maar het is de vraag wat dergelijke opmerkingen waard zijn. Het is immers al jaren 'ugly,' maar het is ook al jaren niet 'getting better.'
De nieuwswaarde van het artikel in de Washington Post is dan ook niet zozeer dat de Taliban door Amerikaans belastinggeld worden betaald, maar dat, ondanks het verstrijken van de jaren, ze nog altijd op deze manier van geld worden voorzien. Ondanks ophef in de media, politieke druk en nieuwe militaire volmachten om deze praktijk tot staan te brengen blijft het simpelweg voortduren. Misschien is dat wel minder gek dan het lijkt, aldus de krant, want: 'veel militairen die toezicht houden op de vervoerscontracten waren terughoudend om deze status quo te verstoren, want zij geloofden dat het veel belangrijker was om voedsel, brandstof en kogels op tijd en ongeschonden te bezorgen voor de Amerikaanse strijdkrachten.' Een kwestie van prioriteiten dus.
De krant publiceerde bij het artikel een interessante afbeelding die goed duidelijk maakt hoe een miljoenencontract via een vervoersbedrijf, een onderaannemer (de broer van de eigenaar van het vervoersbedrijf), andere onderaannemers (waaronder krijgsheren en hun milities) en een politiecommandant (die miljoenen omzet draait) tenslotte bij de opstandelingen terecht komt in de vorm van geld, maar ook wapens en explosieven.
Het artikel staat verder bol van goede bedoelingen om nu dan echt een punt te zetten achter deze schandelijke toestand. 'It's still ugly, but it's getting better,' aldus een anonieme Amerikaanse bron. Maar het is de vraag wat dergelijke opmerkingen waard zijn. Het is immers al jaren 'ugly,' maar het is ook al jaren niet 'getting better.'
Abonneren op:
Berichten (Atom)