In het najaar moet opnieuw bekeken worden of het wel verantwoord is om de missie in Kunduz door te zetten. Dat zei Jan Willem van de Pol, bestuurslid van de Nederlandse Politie Bond (NPB), afgelopen maandag in een interview met Radio1. Van de Pol gaf aan 'ernstige signalen' van Duitse collega's in Kunduz te hebben ontvangen, die spreken over een 'oorlogssituatie.' Van de Pol heeft er weinig vertrouwen in dat het kabinetsdoel, het opleiden van civiele agenten die niet gaan vechten, hier gerealiseerd kan worden. Door de verslechterde veiligheid in Kunduz, aldus het bestuurslid, 'kan (er) een moment komen dat wij collega's echt nadrukkelijk gaan afraden daar naartoe te gaan.' Op de vraag of dat moment aanstaande is antwoordde Van de Pol dat 'het aardig opschiet.'
Gisteren plaatste de Volkskrant een interview met een Talibanwoordvoerder dat Van de Pol waarschijnlijk alleen nog maar minder vertrouwen geeft. 'Nederlandse trainers in Kunduz zijn onze vijand. Wij willen hen doden,' aldus de woordvoerder in het stuk. Hij dreigt te infiltreren in de Afghaanse politie. Dat is 'geen onmogelijk scenario,' aldus Afghanistancorrespondent Nathalie Righton. 'Sinds maart 2009 zijn ten minste 36 trainers gedood door rekruten of personen die zich voordeden als Afghaanse politieagent of soldaat. In Kunduz zouden de Taliban overwegen om zich voor te doen als agent op een door de Nederlanders te bezoeken politiepost. Ook zouden ze een Talibanstrijder kunnen laten infiltreren in het politieklasje dat vanaf 2012 door de Nederlanders wordt opgeleid,' legt Righton uit.
Op het ministerie van Defensie maken deze bedreigingen weinig indruk. Nederland is zich bewust van de risico's in Kunduz en is er van overtuigd dat de plannen uitgevoerd kunnen worden, aldus het ministerie. De bedreigingen doet het af als 'angstzaaien.' De SP, GroenLinks en de ChristenUnie denken hier anders over. Zij stellen het kabinet nieuwe vragen over de verslechterde veiligheidssituatie. De SP stelde overigens al eerder kritische vragen over de verslechterde veiligheidssituatie en de NPB uitte ook al eerder grote twijfels over de haalbaarheid van de civiele missie.
Focus politieopbouw Afghanistan sterk militair (28/06/11)
Een paar maanden geleden publiceerde het Peace Research Institute Frankfurt (PRIF) een zeer kritische studie over de politieopbouw in Afghanistan. In de loop der jaren, wanneer de Amerikanen de leiding over de politietraining overnamen van de Duitsers, is de politie steeds nadrukkelijker gemilitariseerd. Sinds president Obama het Afghanistan-beleid vormgeeft is deze militarisering enkel sterker geworden. 'Deze militarisering van de politie,' aldus het PRIF, 'is in het beste geval ineffectief en in het slechtste geval contraproductief.'
Het rapport benadrukt vooral twee problemen met betrekking tot de huidige benadering. Een gemilitariseerde politie, die weinig middelen bezit om daadwerkelijk misdaad aan te pakken, is niet in staat de zeer beperkte legitimiteit die de Afghaanse president Karzai momenteel geniet tegen te gaan. Het tweede probleem betreft de lange termijn. Het is relatief gemakkelijk om een militair politieapparaat op te bouwen. Veel moeilijker is het, blijkt uit de praktijk, om deze ontwikkeling terug te draaien. Het PRIF waarschuwt dan ook dat 'een zwaar bewapend Afghanistan, waar oorlogsheren lokale politie controleren en een gemilitariseerde politiemacht niet het vertrouwen van het volk geniet, ingrediënten zijn voor een explosieve situatie die jaren kan duren.'
Dit rapport zal door het kabinet en de oppositiepartijen, die immers volledig inzetten op training van civiele politie, als steun in de rug worden ervaren. Dat is niet geheel terecht. Het PRIF benadrukt namelijk dat het niet goed is dat militairen civiele politieagenten trainen. Dat gaat Nederland wel doen. Verreweg de meeste trainers zijn militairen of marechaussees (meer dan 80 procent). Daarnaast wijst het rapport erop dat de opbouw van civiele politie geen jaren, maar generaties duurt. Het kabinet wil echter, net als de andere NAVO-partners, maar tot en met 2014 aanwezig blijven. Sowieso, met het oog op heel Afghanistan, stellen de Nederlandse missie en andere civiele politiemissies in Afghanistan maar weinig voor. Het rapport spreekt over 'een druppel in de oceaan,' die in de verste verte niet in staat is de huidige militaire focus tegenwicht te bieden.
Het Reformatorisch Dagblad schreef een aardig overzichtsartikel over het PRIF-rapport dat ook ingaat op de geschiedenis van de politieopbouw.
UPDATE (07/07/11):
Op de website van VD AMOK is een samenvatting te vinden van een artikel van een van de auteurs van dit rapport.
Het rapport benadrukt vooral twee problemen met betrekking tot de huidige benadering. Een gemilitariseerde politie, die weinig middelen bezit om daadwerkelijk misdaad aan te pakken, is niet in staat de zeer beperkte legitimiteit die de Afghaanse president Karzai momenteel geniet tegen te gaan. Het tweede probleem betreft de lange termijn. Het is relatief gemakkelijk om een militair politieapparaat op te bouwen. Veel moeilijker is het, blijkt uit de praktijk, om deze ontwikkeling terug te draaien. Het PRIF waarschuwt dan ook dat 'een zwaar bewapend Afghanistan, waar oorlogsheren lokale politie controleren en een gemilitariseerde politiemacht niet het vertrouwen van het volk geniet, ingrediënten zijn voor een explosieve situatie die jaren kan duren.'
Dit rapport zal door het kabinet en de oppositiepartijen, die immers volledig inzetten op training van civiele politie, als steun in de rug worden ervaren. Dat is niet geheel terecht. Het PRIF benadrukt namelijk dat het niet goed is dat militairen civiele politieagenten trainen. Dat gaat Nederland wel doen. Verreweg de meeste trainers zijn militairen of marechaussees (meer dan 80 procent). Daarnaast wijst het rapport erop dat de opbouw van civiele politie geen jaren, maar generaties duurt. Het kabinet wil echter, net als de andere NAVO-partners, maar tot en met 2014 aanwezig blijven. Sowieso, met het oog op heel Afghanistan, stellen de Nederlandse missie en andere civiele politiemissies in Afghanistan maar weinig voor. Het rapport spreekt over 'een druppel in de oceaan,' die in de verste verte niet in staat is de huidige militaire focus tegenwicht te bieden.
Het Reformatorisch Dagblad schreef een aardig overzichtsartikel over het PRIF-rapport dat ook ingaat op de geschiedenis van de politieopbouw.
UPDATE (07/07/11):
Op de website van VD AMOK is een samenvatting te vinden van een artikel van een van de auteurs van dit rapport.
Amerikaanse en Nederlandse doelen in Afghanistan lopen sterk uiteen (27/06/11)
Vorige week woensdag presenteerde president Obama, in een speech vanuit het Witte Huis, zijn plannen om in de zomer van 2012 de 33.000 troepen die hij in 2010 naar Afghanistan stuurde weer terug te trekken. Daarin verduidelijkte hij ook de Amerikaanse doelen in Afghanistan: 'the goal that we seek is achievable, and can be expressed simply: no safe-haven from which Al-Qaida or its affiliates can launch attacks against our homeland, or our allies. We will not try to make Afghanistan a perfect place. We will not police its streets or patrol its mountains indefinitely. That is the responsibility of the Afghan government, which must step up its ability to protect its people; and move from an economy shaped by war to one that can sustain a lasting peace. What we can do, and will do, is build a partnership with the Afghan people that endures – one that ensures that we will be able to continue targeting terrorists and supporting a sovereign Afghan government.'
Opvallend is dat deze Amerikaanse doelen schril afsteken bij de Nederlandse, die veel ambitieuzer zijn. Weliswaar mag er door de binnenkort op te leiden agenten niet gevochten worden, maar dat lijkt de enige beperking. Kamerlid Van der Staaij, van de SGP, tijdens het grote Kunduz-debat van 27 januari 2011, formuleerde de doelen als volgt: 'bij de missie moet niet alleen worden gekeken naar politieagenten, maar er moet daarbij ook breder worden ingezet op het versterken van de rechtsstaat. Men moet oog hebben voor aanklagers, voor rechters en voor het in acht nemen van fundamentele rechten. Ook de positie van religieuze minderheden is daarbij een uiterst belangrijk aandachtspunt.'
GroenLinks-leider Jolande Sap, in hetzelfde debat, ging nog een flink stuk verder: 'dit is echt absoluut geen gewapende missie. Dit is een civiele missie, waarbij je aan de ene kant trainers politieagenten laat opleiden, maar waarbij je aan de andere kant heel veel civiele deskundigen inbrengt die daar echt gaan bijdragen aan het opbouwen van een justitieketen, aan het opbouwen van rechtspraak. Zij zorgen ervoor dat er goede advocaten en goede rechters komen. Er komen deskundigen op het gebied van het openbaar bestuur die zorgen dat er in dat land een goed bestuur komt.' Daarnaast moet er aan alfabetisering gewerkt worden, zodat de agenten 'kunnen lezen en schrijven en er echt werk kan worden gemaakt van kennis van mensenrechten, de wet en van vrouwenrechten.' Verder is het een training 'waarin civiele taken, mensenrechten en alfabetisering centraal staan en waarmee je een echte bijdrage kunt leveren aan politieagenten die het vertrouwen van de bevolking daar kunnen winnen en die kunnen bijdragen aan het bestrijden van misdaad, criminaliteit en corruptie in Afghanistan.'
Dit verschil in opvatting over de doelen in Afghanistan zet grote vraagtekens bij de haalbaarheid van de Nederlandse missie. Hoe kan Nederland immers proberen, in de woorden van Obama, om van Kunduz een perfect place te maken, zonder steun van de Amerikanen, die dit doel kennelijk hebben laten vallen? En als de Amerikanen, die met vele tienduizenden soldaten en miljarden dollars in Afghanistan zitten, het al niet lukken om Afghanistan weder op te bouwen, hoe kunnen de Nederlanders hier dan wel in slagen?
Opvallend is dat deze Amerikaanse doelen schril afsteken bij de Nederlandse, die veel ambitieuzer zijn. Weliswaar mag er door de binnenkort op te leiden agenten niet gevochten worden, maar dat lijkt de enige beperking. Kamerlid Van der Staaij, van de SGP, tijdens het grote Kunduz-debat van 27 januari 2011, formuleerde de doelen als volgt: 'bij de missie moet niet alleen worden gekeken naar politieagenten, maar er moet daarbij ook breder worden ingezet op het versterken van de rechtsstaat. Men moet oog hebben voor aanklagers, voor rechters en voor het in acht nemen van fundamentele rechten. Ook de positie van religieuze minderheden is daarbij een uiterst belangrijk aandachtspunt.'
GroenLinks-leider Jolande Sap, in hetzelfde debat, ging nog een flink stuk verder: 'dit is echt absoluut geen gewapende missie. Dit is een civiele missie, waarbij je aan de ene kant trainers politieagenten laat opleiden, maar waarbij je aan de andere kant heel veel civiele deskundigen inbrengt die daar echt gaan bijdragen aan het opbouwen van een justitieketen, aan het opbouwen van rechtspraak. Zij zorgen ervoor dat er goede advocaten en goede rechters komen. Er komen deskundigen op het gebied van het openbaar bestuur die zorgen dat er in dat land een goed bestuur komt.' Daarnaast moet er aan alfabetisering gewerkt worden, zodat de agenten 'kunnen lezen en schrijven en er echt werk kan worden gemaakt van kennis van mensenrechten, de wet en van vrouwenrechten.' Verder is het een training 'waarin civiele taken, mensenrechten en alfabetisering centraal staan en waarmee je een echte bijdrage kunt leveren aan politieagenten die het vertrouwen van de bevolking daar kunnen winnen en die kunnen bijdragen aan het bestrijden van misdaad, criminaliteit en corruptie in Afghanistan.'
Dit verschil in opvatting over de doelen in Afghanistan zet grote vraagtekens bij de haalbaarheid van de Nederlandse missie. Hoe kan Nederland immers proberen, in de woorden van Obama, om van Kunduz een perfect place te maken, zonder steun van de Amerikanen, die dit doel kennelijk hebben laten vallen? En als de Amerikanen, die met vele tienduizenden soldaten en miljarden dollars in Afghanistan zitten, het al niet lukken om Afghanistan weder op te bouwen, hoe kunnen de Nederlanders hier dan wel in slagen?
Niet één Afghaanse politie- of legereenheid in staat orde te handhaven (17/06/11)
Terwijl het geweld in Afghanistan escaleert en de NAVO volgende maand wil beginnen het gezag in een aantal provincies in Afghanistan over te dragen aan de Afghaanse veiligheidsdiensten, bericht de Britse krant The Independent in een zondag verschenen artikel dat momenteel niet één politie- of legereenheid in staat is de wet en orde te handhaven zonder steun van coalitietroepen. Dat blijkt uit een rapport van het Amerikaanse ministerie van Defensie. Hoewel er sprake is van vooruitgang krijgt niet één van de 400 Afghaanse veiligheidseenheden het label ‘onafhankelijk.’
Het Defensie-rapport concludeert verder dat, ondanks de 25 miljard dollar die er inmiddels aan is opgegaan, de Afghaanse veiligheidsdiensten voor operaties, vooral voor logistieke ondersteuning, nog te afhankelijk zijn van coalitietroepen. Daarnaast waarschuwt het dat de vooral kwantitatieve vooruitgang in de opbouw van het leger en de politie bedreigd wordt door de gebrekkige vorderingen met betrekking tot het bestuur. Bureaucratie en corruptie blijven grote problemen in Afghanistan. Analfabetisme, infiltratie van de Taliban en weglopers, politieagenten en soldaten die na een paar weken training met een zak geld en een geweer verdwijnen, zijn andere grote knelpunten voor de NAVO, vult The Independent aan.
Gezien de grote problemen verbaast het niet dat het hoofd van de NAVO-trainingsmissie in Afghanistan, de Amerikaanse generaal William B. Caldwell, van mening is dat de gestelde deadline – in 2014 wil de NAVO het gezag volledig overdragen aan de Afghaanse autoriteiten – onhaalbaar is. Begin deze maand, tijdens een toespraak voor de Amerikaanse denktank Brookings Institute, merkte Caldwell op dat niet eerder dan 2016/2017 de Afghaanse trainingsmissie kan worden afgerond.
Ook GroenLinks-leider Jolande Sap houdt, met betrekking tot de Nederlandse missie in Kunduz, rekening met dit scenario. Dat bleek tijdens het grote Kunduz-debat van 27 januari: ‘wij verbinden ons, mocht dat nodig zijn, in enigerlei vorm langer aan Afghanistan dan de deadline van de NAVO in 2014. Als dat toekomstperspectief echt centraal staat [het stellen van kwaliteit boven kwantiteit - KM] en als het nog nodig is na 2014, dan moeten wij daar ook willen blijven,’ aldus Sap.
Het Defensie-rapport concludeert verder dat, ondanks de 25 miljard dollar die er inmiddels aan is opgegaan, de Afghaanse veiligheidsdiensten voor operaties, vooral voor logistieke ondersteuning, nog te afhankelijk zijn van coalitietroepen. Daarnaast waarschuwt het dat de vooral kwantitatieve vooruitgang in de opbouw van het leger en de politie bedreigd wordt door de gebrekkige vorderingen met betrekking tot het bestuur. Bureaucratie en corruptie blijven grote problemen in Afghanistan. Analfabetisme, infiltratie van de Taliban en weglopers, politieagenten en soldaten die na een paar weken training met een zak geld en een geweer verdwijnen, zijn andere grote knelpunten voor de NAVO, vult The Independent aan.
Gezien de grote problemen verbaast het niet dat het hoofd van de NAVO-trainingsmissie in Afghanistan, de Amerikaanse generaal William B. Caldwell, van mening is dat de gestelde deadline – in 2014 wil de NAVO het gezag volledig overdragen aan de Afghaanse autoriteiten – onhaalbaar is. Begin deze maand, tijdens een toespraak voor de Amerikaanse denktank Brookings Institute, merkte Caldwell op dat niet eerder dan 2016/2017 de Afghaanse trainingsmissie kan worden afgerond.
Ook GroenLinks-leider Jolande Sap houdt, met betrekking tot de Nederlandse missie in Kunduz, rekening met dit scenario. Dat bleek tijdens het grote Kunduz-debat van 27 januari: ‘wij verbinden ons, mocht dat nodig zijn, in enigerlei vorm langer aan Afghanistan dan de deadline van de NAVO in 2014. Als dat toekomstperspectief echt centraal staat [het stellen van kwaliteit boven kwantiteit - KM] en als het nog nodig is na 2014, dan moeten wij daar ook willen blijven,’ aldus Sap.
Negen van de tien gevangen Taliban zijn onschuldige burgers (15/06/11)
In een oorlog zonder duidelijke vijand, waarin grote veldslagen afwezig zijn en een zichtbaar front ontbreekt, is het moeilijk om vooruitgang aan te tonen. De Amerikaanse generaal David Petraeus, die de leiding voert over de NAVO-troepen in Afghanistan, benadrukt daarom de vele door commandotroepen gedode en gevangengenomen Talibanstrijders als duidelijke tekenen van vooruitgang. In een zondag gepubliceerd artikel voor persbureau IPS beweert onderzoeksjournalist Gareth Porter echter dat maarliefst 90 procent van de door de Amerikanen gevangen Taliban in feite onschuldige burgers zijn.
In het stuk vergelijkt Porter de cijfers die Petraeus noemt met gegevens van Task Force 435, het Amerikaanse legeronderdeel dat verantwoordelijk is voor gevangeniszaken. Een voorbeeld: in augustus 2010 beweerde Petraeus dat in de voorafgaande periode van 90 dagen 1355 gewone Talibanleden gevangen waren genomen. Uit cijfers van de Task Force blijkt echter dat slechts 270 van hen, een krappe 20 procent, na twee weken nog altijd vastzaten. De rest was alweer op vrije voeten omdat ze onschuldige burgers bleken. Daar komt nog bij, aldus Porter, dat sommige gevangen later alsnog vrij werden gelaten omdat bewijzen ontbraken. Zo komt de auteur tot een percentage van 90 procent. Porter merkt overigens op dat Petraeus, toen hij zijn opmerking maakte, heel goed wist dat de meeste gevangenen alweer vrij gelaten waren.
Deze percentages betreffen gevangenen. Er worden grofweg evenveel 'Talibanleden' gedood als dat er gevangen worden. Porter merkt op dat het onmogelijk is vast te stellen hoeveel van de gedode Talibanleden eigenlijk onschuldige burgers zijn, maar de gegevens over gevangenen suggereren dat dit er veel zijn. Vorige maand plaatste Kunduz Monitor al een bericht over een mislukte Amerikaanse inlichtingenoperatie waardoor onschuldige burgers omkwamen. Porters artikel is nieuw bewijs dat er iets fundamenteel mis is met het Amerikaanse inlichtingenapparaat in Afghanistan.
In het stuk vergelijkt Porter de cijfers die Petraeus noemt met gegevens van Task Force 435, het Amerikaanse legeronderdeel dat verantwoordelijk is voor gevangeniszaken. Een voorbeeld: in augustus 2010 beweerde Petraeus dat in de voorafgaande periode van 90 dagen 1355 gewone Talibanleden gevangen waren genomen. Uit cijfers van de Task Force blijkt echter dat slechts 270 van hen, een krappe 20 procent, na twee weken nog altijd vastzaten. De rest was alweer op vrije voeten omdat ze onschuldige burgers bleken. Daar komt nog bij, aldus Porter, dat sommige gevangen later alsnog vrij werden gelaten omdat bewijzen ontbraken. Zo komt de auteur tot een percentage van 90 procent. Porter merkt overigens op dat Petraeus, toen hij zijn opmerking maakte, heel goed wist dat de meeste gevangenen alweer vrij gelaten waren.
Deze percentages betreffen gevangenen. Er worden grofweg evenveel 'Talibanleden' gedood als dat er gevangen worden. Porter merkt op dat het onmogelijk is vast te stellen hoeveel van de gedode Talibanleden eigenlijk onschuldige burgers zijn, maar de gegevens over gevangenen suggereren dat dit er veel zijn. Vorige maand plaatste Kunduz Monitor al een bericht over een mislukte Amerikaanse inlichtingenoperatie waardoor onschuldige burgers omkwamen. Porters artikel is nieuw bewijs dat er iets fundamenteel mis is met het Amerikaanse inlichtingenapparaat in Afghanistan.
Ontwikkelingshulp Afghanistan schiet tekort (11/06/11)
Ondanks de miljarden dollars die in het land worden gepompt (320 miljoen per maand) faalt de Amerikaanse ontwikkelingshulp aan Afghanistan. Dat is de belangrijkste conclusie van een begin deze week verschenen tweejarig onderzoek van de Amerikaanse Senaatscommissie van Buitenlandse Zaken. De Verenigde Staten besteedt het meeste ontwikkelingsgeld aan Afghanistan, maar behalve meer schoolgaande kinderen en een verbeterde gezondheidszorg blijft deze gigantische inspanning vooralsnog zonder noemenswaardige, duurzame resultaten.
Het rapport bekritiseert het gebruik van ontwikkelingsgeld om gebieden te stabiliseren die net daarvoor door het Amerikaanse leger op de Taliban zijn veroverd. Alhoewel de Amerikaanse regering dit een belangrijk onderdeel van de counter insurgency-strategie noemt, kraakt het rapport deze praktijk als politiek gedreven. De enorme geldstromen die volgen op een schoonveegactie van het leger verstoren de locale gebruiken en economie en er is weinig bewijs dat behaalde resultaten duurzaam zijn.
Een van de vele andere problemen die het rapport behandelt betreft de afhankelijkheid van ontwikkelingshulp. Naar schatting van de Wereldbank steunt maarliefst 97 procent van het bruto binnenlandse product van Afghanistan op uitgaven van de internationale troepen en hulporganisaties. Een zeer groot gevaar bestaat hierdoor dat wanneer de internationale troepen in 2014 uit het land worden teruggetrokken dit zal leiden tot een stevige economische crisis.
De relatief hoge salarissen die door hulporganisaties betaald worden is eveneens een serieus dilemma. Afghanen staan hierdoor in de rij om vacatures voor buitenlandse organisaties op te vullen. Dit heeft tot gevolg dat de Afghaanse overheden moeite hebben om zelf capabele Afghanen te vinden. Het Senaatsrapport stelt dan ook voor om de lonen in het land naar Afghaanse maatstaven te standaardiseren.
Lees meer over het Senaatsrapport in het NRC Handelsblad, de Washington Post en de New York Times.
Het rapport bekritiseert het gebruik van ontwikkelingsgeld om gebieden te stabiliseren die net daarvoor door het Amerikaanse leger op de Taliban zijn veroverd. Alhoewel de Amerikaanse regering dit een belangrijk onderdeel van de counter insurgency-strategie noemt, kraakt het rapport deze praktijk als politiek gedreven. De enorme geldstromen die volgen op een schoonveegactie van het leger verstoren de locale gebruiken en economie en er is weinig bewijs dat behaalde resultaten duurzaam zijn.
Een van de vele andere problemen die het rapport behandelt betreft de afhankelijkheid van ontwikkelingshulp. Naar schatting van de Wereldbank steunt maarliefst 97 procent van het bruto binnenlandse product van Afghanistan op uitgaven van de internationale troepen en hulporganisaties. Een zeer groot gevaar bestaat hierdoor dat wanneer de internationale troepen in 2014 uit het land worden teruggetrokken dit zal leiden tot een stevige economische crisis.
De relatief hoge salarissen die door hulporganisaties betaald worden is eveneens een serieus dilemma. Afghanen staan hierdoor in de rij om vacatures voor buitenlandse organisaties op te vullen. Dit heeft tot gevolg dat de Afghaanse overheden moeite hebben om zelf capabele Afghanen te vinden. Het Senaatsrapport stelt dan ook voor om de lonen in het land naar Afghaanse maatstaven te standaardiseren.
Lees meer over het Senaatsrapport in het NRC Handelsblad, de Washington Post en de New York Times.
Toegenomen onveiligheid roept grote twijfels vakbonden op (02/06/11)
Vorige week vond er opnieuw een zware aanslag in het noorden van Afghanistan plaats, niet ver van Kunduz. Naast twee Duitse militairen kwamen ook het hoofd van de politie in Noord-Afghanistan en de plaatselijke politiechef om het leven. De Duitse generaal Markus Kneip, die de bevelhebber wordt van de Nederlandse militairen, was ook aanwezig, maar overleefde de aanval. De aanslagpleger droeg, zoals veel vaker het geval is, een politieuniform, aldus ooggetuigen.
Deze aanslag, maar ook eerdere, dodelijke aanslagen in Kunduz (onder andere op 10, 17 en 21 februari en 10 en 14 maart) zijn voor de politie- en militaire vakbond reden tot grote twijfels over de haalbaarheid van de missie. Voorzitter Han Busker van politievakbond NPB, aldus een artikel van Arnold Karskens in de Pers, merkt op dat 'bij de discussie over de trainingsmissie in januari Kunduz voorgesteld (werd) als relatief rustig. Maar ik schrik van wat er allemaal gebeurt.' Voorzitter van de militaire vakbond AFMP Wim van den Burg geeft aan 'buitengewoon verontrust' te zijn 'dat de aanslagen plaats kunnen vinden op goed beveiligde plekken.'
'In Uruzgan waren aanslagen op Nederlandse militairen veelal gelukstreffers, zoals een ongeleid projectiel op Kamp Holland of een eenzame bermbom. De opstandelingen in Noord-Afghanistan bezitten een verfijnd inlichtingennetwerk en slaan toe in het hol van de leeuw,' schrijft Karskens. Van den Burg beaamt dat: 'misschien is de intensiteit van aanslagen minder dan in Uruzgan, maar ze zijn wel veel gevaarlijker.'
Busker twijfelt zelfs, als het geweld zich blijft uitbreiden, of de missie nog wel door kan gaan: 'als het zo doorgaat, kom je op een punt dat je je moet afvragen of de missie nog wel zin heeft.' Het kabinet, maar ook de oppositiepartijen die de missie naar Kunduz steunen, hebben eerder al aangegeven, ondanks de toegenomen onveiligheid, achter hun besluit te blijven staan.
Deze aanslag, maar ook eerdere, dodelijke aanslagen in Kunduz (onder andere op 10, 17 en 21 februari en 10 en 14 maart) zijn voor de politie- en militaire vakbond reden tot grote twijfels over de haalbaarheid van de missie. Voorzitter Han Busker van politievakbond NPB, aldus een artikel van Arnold Karskens in de Pers, merkt op dat 'bij de discussie over de trainingsmissie in januari Kunduz voorgesteld (werd) als relatief rustig. Maar ik schrik van wat er allemaal gebeurt.' Voorzitter van de militaire vakbond AFMP Wim van den Burg geeft aan 'buitengewoon verontrust' te zijn 'dat de aanslagen plaats kunnen vinden op goed beveiligde plekken.'
'In Uruzgan waren aanslagen op Nederlandse militairen veelal gelukstreffers, zoals een ongeleid projectiel op Kamp Holland of een eenzame bermbom. De opstandelingen in Noord-Afghanistan bezitten een verfijnd inlichtingennetwerk en slaan toe in het hol van de leeuw,' schrijft Karskens. Van den Burg beaamt dat: 'misschien is de intensiteit van aanslagen minder dan in Uruzgan, maar ze zijn wel veel gevaarlijker.'
Busker twijfelt zelfs, als het geweld zich blijft uitbreiden, of de missie nog wel door kan gaan: 'als het zo doorgaat, kom je op een punt dat je je moet afvragen of de missie nog wel zin heeft.' Het kabinet, maar ook de oppositiepartijen die de missie naar Kunduz steunen, hebben eerder al aangegeven, ondanks de toegenomen onveiligheid, achter hun besluit te blijven staan.
Abonneren op:
Berichten (Atom)