Vandaag is de NAVO-oorlog in Afghanistan precies tien jaar oud. In de pers verschijnt de laatste dagen daarom de ene na de andere terugblik. De teneur is vaak grimmig. Vooral de zeer gebrekkige en bovendien afnemende veiligheid in het land stemt de Afghanen tot ontevredenheid. De geschiedenis van dit decennium in het door oorlog geplaagde land laat zich lezen als in rook opgegane verwachtingen. Een artikel van het Amerikaanse persbureau Associated Press vatte deze mijlpaal treffend samen als 'één stap vooruit en twee stappen terug.'
Gisteravond noemde de oud-bevelhebber van de NAVO-troepen in Afghanistan, Stanley McChrystal, overigens zonder dit te beogen, een van de vele oorzaken voor deze desillusie: onwetendheid. In een toespraak voor een Amerikaanse denktank liet McChrystal weten dat hij en zijn collega's niet genoeg wisten van Afghanistan. 'De meesten - inclusief ikzelf - hadden slechts een zeer oppervlakkig begrip van de situatie en geschiedenis en we hadden een verontrustend simplistisch beeld van de recente geschiedenis, van de laatste vijftig jaar.'
In de tussentijd is het kennelijk niet veel verbeterd. McChrystal gaf in de toespraak immers aan dat het de westerse troepen in het land ook nu nog ontbreekt aan de kennis om de oorlog tot een succesvol einde te brengen. Daarnaast liet hij weten dat de Verenigde Staten en hun bondgenoten pas 'iets meer' dan de helft van hun doelen hebben bereikt. Of wel, voorlopig komt er geen einde aan de oorlog, en daarmee aan de ellende, in het land.