Gisteren werd het een en ander duidelijk over de kijk van minister van Defensie Hans Hillen op de missie in Kunduz. 'De Kamer kan wel zeggen: het is een civiele missie, maar het is vooral militair,' aldus de minister in weekblad Vrij Nederland. Hillen hekelt dat we in Nederland 'graag alleen de softe kant van zo'n expeditie zien omdat we de wereld willen verbeteren.' 'Ik heb voortdurend gezegd: we moeten oppassen dat we onze mooie Nederlandse gevoelens niet projecteren op de harde werkelijkheid in een oorlogsgebied,' voegt hij daar nog aan toe. De minister benadrukt verder dat hij dit 'voortdurend' heeft gezegd omdat hij 'wilde (…) dat het parlement wist waar het ja tegen zei.'
Wie uitspraken van de minister uit begin dit jaar terugleest, toen de minister nog verlegen zat om de steun van een aantal oppositiepartijen, waaronder het van 'mooie Nederlandse gevoelens' doordrenkte GroenLinks, leest echter iets heel anders.
Tijdens een debat van 26 januari benadrukte de minister vooral de civiele kant van de Nederlandse militair: 'in de algemene discussie hoor je vaak dat als het accent op minder militairen ligt, het idealistischer zou kunnen zijn, en naarmate het meer militair is, het meer vechten wordt. Gezien de geschiedenis van de mensheid is het misschien ook wel zo dat wij bij het woord ''militair'' gauw denken aan rokende kanonnen en slagvelden. De Nederlandse, moderne militair is zo niet. Ik heb het genoegen elke dag met velen van hen te mogen verkeren. De Nederlandse, moderne militair is goed opgeleid, goed getraind en heeft een uitstekende conditie. De meesten van hen zijn vooral ook zeer idealistisch en ermee bezig hun bijdrage te leveren aan een betere wereld.'
Dit klonk GroenLinks ongetwijfeld al als muziek in de oren, maar Hillen was nog niet uitgepraat: 'juist van militairen zul je vaak horen dat de oplossing om ergens rechtvaardigheid of vrede te brengen, niet de weg van het kanon of het geweervuur is. Juist zij zullen de weg van ontwikkelingssamenwerking noemen en wijzen op het geven van rechten aan de bevolking. Zij zullen wijzen op alfabetisering en economische ontwikkeling om mensen op het goede spoor te zetten en structuur te geven aan de samenleving. Onze militairen werken in het stelsel van alle deskundigheden die Nederland ontwikkeld heeft, dag en nacht intens aan een betere wereld.'
In een ander debat, een dag later, herhaalde Hillen dit punt nog eens. Daarnaast kwam hij expliciet GroenLinks-leider Jolande Sap tegemoet: 'mevrouw Sap heeft in haar betoog de nadruk gelegd op idealisme en geëngageerdheid voor Afghanistan. Dit idealisme moet ook in de politiek tot gelding komen. Ik ben dat volstrekt met haar eens. Ik hoop dat het idealisme dat GroenLinks ten toon wil spreiden en hetgeen het kabinet probeert te doen, niet alleen op het Nederlands belang zijn gericht, maar ook op betrokkenheid bij de ontwikkeling van Afghanistan.'
De conclusie die zich hier opdringt is een pijnlijke: wanneer er nood aan de man is, is kennelijk ook minister van Defensie Hans Hillen prima bereid onze mooie Nederlandse gevoelens te projecteren op de harde werkelijkheid in een oorlogsgebied zodat het parlement niet weet waar het ja tegen zegt.