Vorige maand begon de vooral symbolische overdracht van verantwoordelijkheden voor de veiligheid in Afghanistan. 2014 moet het jaar worden waarin de Afghanen volledig verantwoordelijk zullen zijn voor de eigen veiligheid, aldus de huidige westerse consensus. Deze deadline, die politiek gedreven lijkt en waar velen ernstig aan twijfelen, betekent echter allerminst dat alle westerse militairen in 2014 het land zullen hebben verlaten.
In februari dit jaar bijvoorbeeld, liet de Afghaanse president Hamid Karzai de in Kabul verzamelde pers weten dat de Amerikaanse regering achter de schermen met hem onderhandelt. De Amerikanen willen een permanente militaire aanwezigheid in Afghanistan om de Taliban en Al-Qaida aan te kunnen blijven vallen. Een paar maanden later, in juni, schreef de Britse krant de Guardian hierover dat 'minimaal vijf bases in Afghanistan waarschijnlijke kandidaten zijn om grote contingenten Amerikaanse commando's, inlichtingenmedewerkers en militaire hardware na 2014 te huisvesten.'
De Amerikaanse regering en de NAVO maken er publiekelijk bepaald geen geheim van dat 2014 geen einde betekent van de westerse militaire aanwezigheid in Afghanistan. Eveneens in juni liet de inmiddels gepensioneerde Amerikaanse minister van Defensie Bob Gates weten dat de Verenigde Staten streeft naar met de Afghanen gedeelde 'gezamenlijke bases.' Volgens Gates zijn bases die volledig in handen zijn van de Verenigde Staten een 'magneet voor moeilijkheden.' Vandaar de voorkeur voor de term gezamenlijke bases, die, aldus Gates, 'acceptabeler voor het Afghaanse volk' zijn. De Canadese commandant van de NAVO-trainingsmissie in Afghanistan William Caldwell schat in dat in 2014 zijn missie nog altijd over de helft van het aantal trainers die het momenteel in dienst heeft zal beschikken, zo'n 2500 man.
Voor een mogelijke politieke oplossing van de slepende oorlog in Afghanistan voorspelt deze westerse, vooral Amerikaanse wens om langer te blijven weinig goeds. De Taliban, de belangrijkste verzetsbeweging in Afghanistan, hebben immers herhaaldelijk aangegeven dat zij net zo lang zullen doorvechten totdat de laatste westerse militair het land verlaat.