Terwijl het gewelddadige verzet tegen de buitenlandse aanwezigheid in Afghanistan onverminderd hoog is en de Amerikanen deze maand beginnen met terugtrekken, werd twee weken geleden besloten de Afghaanse veiligheidsdiensten minder uit te breiden dan gepland. In oktober 2012 moeten er 352.000 agenten en militairen zijn, 26.000 minder dan eerder voorzien, aldus westerse diplomaten. Een belangrijke reden voor deze aanpassing is dat de Afghaanse overheid financieel verre van duurzaam is.
Dit jaar betalen de Verenigde Staten en een aantal Europese landen 11,6 miljard dollar aan opleiding, uitrusting en salariëring van de Afghaanse veiligheidsdiensten. Naar schatting neemt dit volgend jaar toe tot 12,8 miljard dollar. Men verwacht dat uiteindelijk, in 2014, de kosten 6 miljard dollar per jaar zullen zijn. Vergeleken met het bruto nationaal product van Afghanistan, 18,3 miljard, valt op hoe veel dit is. Daar komt nog bij dat uit een studie van het Internationaal Monetair Fonds blijkt dat de Afghaanse economie bijzonder afhankelijk is van de aanwezige militairen en ontwikkelingshulp. Economen vrezen voor een crisis wanneer de troepen zich terugtrekken.
De verwachting is dat de regering-Karzai in 2014 bij lange na niet in staat zal zijn zelf te betalen voor de veiligheidsdiensten. Wanneer wel is onduidelijk. Een hoge Europese diplomaat voorspelt dat dit nog minimaal vijftien jaar duurt. Dat betekent dat de westerse landen die zich nu committeren aan Afghanistan nog vele jaren miljarden zullen moeten uitgeven aan de veiligheidsdiensten. Met in het achterhoofd de bezuinigingen op defensie en ontwikkelingshulp, het economisch zware weer waarin veel westerse landen verkeren en de publieke opinie die zich steeds verder van de oorlog in Afghanistan afkeert, is het echter zeer de vraag of het westen wel bereid zal zijn te blijven investeren.