Donderdag 21 april publiceerde onderzoeksjournalist Arnold Karskens een opmerkelijk artikel in dagblad De Pers over een oud-medewerker van de MIVD en Buitenlandse Zaken in Afghanistan. Hij, die de schuilnaam Windhond kreeg, beweert dat hij voor Nederlandse geheim agenten in 2007 AK47-machinepistolen en raketwerpers regelde. 'Deze wapens zijn door commando's van de MIVD gebruikt voor hun undercoveroperaties in Noord-Afghanistan. De reden dat zij illegale wapens wilden hebben was omdat zij na het gebruik niet traceerbaar wilden zijn,' aldus Windhond. De wapens zouden zijn geleverd om belangrijke terroristen uit te schakelen die aanslagen wilden plegen in Nederland. Dat zou betekenen dat de Nederlanders in Uruzgan buiten hun ISAF-mandaat werkten, want deze 'opbouw'-missie in het zuiden stond geen standrechtelijke executies toe.
Windhond claimt dat door zijn wapenleveranties aanslagen in Nederland '100 procent' voorkomen zijn. Als dat klopt roept dat een belangrijke vraag op: in hoeverre draagt de Nederlandse betrokkenheid in Afghanistan bij aan een veiliger Nederland? Voorstanders van de Kunduz-missie claimen dit, maar wetenschappers spreken dit tegen. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat maarliefst 95 procent van alle zelfmoordaanslagen in de hele wereld juist een reactie is op buitenlandse bezetting. Aangezien Nederland voor die tijd niet bedreigd werd vanuit Afghanistan, ligt het voor de hand dat deze terroristische dreiging juist een reactie was op de Nederlandse aanwezigheid in het land.
In 2007 waren overigens al eerder sterke aanwijzingen voor standrechtelijke executies, maar op Kamervragen van Harry van Bommel (SP) of de Nederlanders met zogenaamde dodenlijsten werkten in Afghanistan werd ontkennend geantwoord door toenmalig minister van Defensie Eimert van Middelkoop (ChristenUnie). 'Ik stel voorop dat er niets gebeurt wat strijdig is met het mandaat of met de rules of engagement,' aldus Van Middelkoop. Van Bommel stelt naar aanleiding van het artikel in De Pers opnieuw vragen over dodenlijsten aan de regering.
Verder beweert Windhond dat hij bijeenkomsten regelde met Talibanleiders in Uruzgan waarmee werd onderhandeld. 'Tot driemaal reed hij sympathisanten en leiders van de militant opposing forces, waarmee Nederlandse militairen in Uruzgan slag leverden, het terrein van de Nederlandse ambassade op,' schrijft Karskens. Ook dat strookt niet met het Nederlandse beleid, want 'conform Nederlands beleid wordt niet onderhandeld met Talibanleiders,' aldus een woordvoerder van Buitenlandse Zaken in reactie op het artikel.
Ook stelt Windhond, die in de publiciteit treedt omdat hij een stevige schadevergoeding eist van de Nederlandse Staat, dat de MIVD-top een 'grote blunder' beging door twee bermbomfabriekjes in Uruzgan ongemoeid te laten. Hierdoor zouden vijf tot zes militairen onnodig zijn omgekomen omdat de MIVD niet volgens de regels heeft gewerkt.
Voor de missie naar Kunduz roept dit bericht ook een belangrijke vraag op: zal de missie naar Kunduz (opnieuw) gebruikt worden om geheim agenten, buiten het mandaat om, in te zetten voor undercoveroperaties met mogelijk dodelijk gevolg?